“Er is niets verkeerds aan om de leer en praktijken
van een religieuze groep die men onjuist acht,
te willen weerleggen.”
Ontwaakt ! - 8 september 1997





Waar verricht de “grote schare” heilige dienst ? (2)

En hier begint het uit de hand te lopen ...








Om te bewijzen dat het woord NAOS meer dan het heiligdom betekent zal het Genootschap vier voorbeelden aanhalen.

We vinden deze terug in de reeds eerder aangehaalde Wachttoren, gedateerd 15 november 1980 ( Nederlandse uitgave), waar we lezen (onder aan de bladzijde 15) :

Het Griekse woord naos verwijst vaak naar het binnenste heiligdom dat de hemel zelf afbeeldt.

BIJGEVOLG is het logisch om te zeggen dat de „grote schare” God dient in het aardse voorhof van de geestelijke tempel

Dit tijdschrift is bijzonder belangrijk, want we willen u eraan herinneren dat het de oorzaak was van het afvallig worden en de uitsluitingen in de rangen van de Getuigen.



We beginnen eerst en vooral met het derde punt : Jezus heeft de geldwisselaars uit de voorhoven van de buitenste tempel (naos) verdreven.

Het Genootschap misleidt ons hier, want de geldwisselaars die Jezus verdreef bevonden zich niet in de (“naos”), maar in de HIERON.

De Wachttoren van 1 augustus 1961 (hierboven aangehaald) zegt dat "Jezus al die handel aantrof in het hiéron.” Pag. 236, § 2 (W.T. in ‘t Frans).
Een eigenaardige reis ; 19 jaar later vliegt heel die handel naar de naos !



Nu, hebt u opgemerkt dat er iets ongewoons gaande is wanneer je het artikel leest “Waar verricht de “grote schare” heilige dienst” ?

Neen ? Wel, kijk eens hier : de bijbelteksten gepaard gaande met die gebeurtenissen uit het Evangelie worden niet aangehaald !

Namelijk Mattheus 21 : 12; Markus 11 : 15; Lukas 19 : 45; en Johannes 2 : 14,15.

Laten we heel aandachtig zijn en ons Grieks bezigen (volgens de KIT).


Mattheus 21 :12

Kaï (en) eïsèltèn (kwam binnen) Ièsous (Jezus) eïs (in) to (de) iéron (tempel), kaï (en) èksébalèn (verdreef) pantas (allen) tous (deze) pôlountas (verkopend) kaï (en) agoradzontas (kopend) èn (in) tô (de) iérô (tempel).


Markus 11 : 15

Kaï (en) eïsèltôn (binnenkomend) eïs (in) to (de) iéron (tempel) èrksato (begon hij) èkbaleïn (verdrijven) tous (deze) pôlountas (verkopend) kaï (en) tous (deze) agorazontas (kopend) èn (in) tô(de) iéro (tempel).


Lukas 19 : 45

Kaï (en) eïsèltôn (binnenkomend) eïs (in) to (de) iéron (tempel) èrksato (begon hij) èkbaleïn (verdrijven) tous (deze) pôlountas (verkopend).


.Johannes 2 : 14,15

Kaï (en) éurèn (vond hij) èn (in) tô (de) iérô (tempel) tous (deze) pôlountas (verkopende) boas (runderen) kaï (en) probata (schapen) kaï (en) péristéras (duiven) kaï (en) tous (deze) kèrmatistas (wisselden) katèménous (waren gezeten) kaï (en) poïèsas (gedaan hebben) fraguélion (een zweep) èk (met) skoiniôn (van touwen) pantas (alle) èksébalèn (hij verdreef) èk (uit) tou (van) iérou (tempel).




Wel, men kan zien dat in deze vier verzen die de gebeurtenissen beschrijven waar Jezus de handelaars uit de tempel jaagt, het Griekse woord dat wordt gebruikt in de evangelies HIERON is en geen NAOS. (Noot : hiéron is onderhevig aan verbuigingen).



Nu keren we terug naar het punt 2 : De gehele tempel (“naos”) werd als een van God afkomstig oordeel verwoest.

Ook hier blinken de bijbelteksten uit door hun afwezigheid.

Ziehier welke : Mattheus 24 : 1,2; Markus 13 : 1-3; Lukas 21 : 5,6

Opnieuw vervalst het Genootschap het Woord van God.
Het is niet naos die moet gebruikt worden in het origineel maar nog eens HIERON.

Om deze uiteenzetting niet te zwaar te maken, zullen we de tekst niet in zijn geheel citeren.
We vragen aan de lezers die de KIT in bezit hebben om het zelf na te gaan. Ze zullen heel gemakkelijk het woord hiéron, zelf in verbogen vorm, terugvinden in de Evangelies.

Mattheus 24 : 1,2

Vers 1 : tou (van) iérou (tempel) ... .tas (de) oïkoudomas (gebouwen) tou (van) iérou (tempel).


Markus 13 : 1-3 en Lukas 21 : 5,6

Identiek.- “tou iérou”, tempel, van de tempel.


We snijden nu de vierde zin aan : Judas heeft de dertig zilverstukken in de buitenste tempel ("naos") teruggeworpen.

De bijbeltekst - Mattheus 27 :5 - wordt aangehaald in de Wachttoren op pagina 16, § 7

Neem nu de KIT ter hand.

Kaï (en) rifas (werpend) ta (het) arguria (zilver[stukken]) eïs (in) ton (het) naon (goddelijke woonplaats).


Het is bijzonder interessant nota te nemen van wat de KIT vertaalt (in de woord voor woord tekst). Het voorzetsel (“eïs”) in het engels “into”, is een term die overgenomen is door het Genootschap in de tweede kolom van de vrije vertaling, en ook in die van de Nieuwe Wereld Vertaling (NWV).
Maar “into” duidt een beweging aan. Iets werpen “naar en in”, “in de directie van”, “in de richting van” een plaats.

De regel is dezelfde voor het voorzetsel “eïs”.
Bijvoorbeeld, ik kom in een huis = “eïs” – (er is een beweging, die van het huis te betreden).
Ik ben in huis = “èn” –(in het Engels of het Nederlands = in ). Hier is geen sprake van beweging, je bent er.

We hebben al eens vluchtig gesproken over de verbuigingen.
Om de lezer enkele verhelderingen te brengen, laten we benadrukken dat in het Oudgrieks er vijf verbuigingen zijn, namelijk de nominatief (N), de vocatief (V), de genitief (G), de datief (D) en de accusatief (A).

Ziehier nu de verbuigingen voor de mannelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op os en deze die onzijdig zijn en eindigen op on, in dit geval toepasselijk met ‘naos’ en ‘hiéron’ :


Nominatief naos - iéron

Vocatief naé - iéron

Genitief naou - iérou

Datief naô - iérô

Accusatief naon - iéron


Verbuigingen van het mannelijk en onzijdig lidwoord :

Nominatief o - to

Genitief tou - tou

Datief tô - tô

Accusatief ton - to

(geen Vocatief)

1) Het voorzetsel “eïs” (met beweging)gaat samen met een accusatief.

2) Het voorzetsel “èn” (zonder beweging) gaat samen met een datief.

3) Het voorzetsel “èk” (met beweging) (buiten) gaat samen met de genitief.

U bent nu in staat om beter de vormen “naos” en “hiéron” te begrijpen in de voorbeelden die we hierboven hebben geciteerd.

En tô naô - (ze verrichten heilige dienst in het heiligdom – zonder beweging).
Zie Openbaring 7 : 15 – de constructie is hier : èn + datief.

Eïs ton iéron (Jezus komt binnen in de tempel - met beweging)
Zie Mattheus 21 : 12 Markus 11 : 15 Lukas 19 : 15 Johannes 2 : 14,15 – constructie : eïs + accusatief.

Ek tou iérou (Jezus jaagt hen uit de tempel – met beweging)
Zie Johannes 2 : 15 – constructie : èk + genitief.



In de passage van Mattheus 27 : 5 brengt het Genootschap ons op een dwaalspoor.

Ze wil ons doen geloven dat Judas zich op één van de voorhoven van de tempel bevindt en dat het in dit voorhof is dat hij zijn zilverstukken werpt. Ze bevestigt bijgevolg dat dit voorhof deel uitmaakt van de “naos”, aangezien ze een “uitbreiding is van de tempel”.

Maar het is dat niet. Judas bevindt zich wel in de “hiéron” (wat je uit de context kunt afleiden) en vanuit die plaats, werpt hij zijn zilver, óf in de naos óf het heiligdom (wat onwaarschijnlijk was) óf in de richting van de naos (eïs = beweging).

En dat maakt het heel anders.

Het woord “naos” is dus heel goed van toepassing hier. Hij beschrijft niet de plaats waar Judas zich bevond, maar de plaats waar hij het zilver “naartoe werpt”, “de richting waarin” of “in de richting van”.

De Nieuwe Bijbel Vertaling geeft de zin nauwkeurig weer met “eïs” : “Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich.”




Ons blijft nu nog het commentaar over van de eerste stelling van het Genootschap.

Maar het is de tempel (“naos”) in zijn geheel die 46 jaar werk vroeg.

De bijbeltekst – Johannes 2 : 19-21- wordt aangehaald uit de Wachttoren van 15/11/80 op de pagina 15 onder aan § 4 en het haalt The Jeruzalem Bible aan : “Jezus antwoordde : ‘Verwoest dit heiligdom (naos), en in drie dagen zal ik het optrekken.’ De joden antwoordden : ‘Er zijn zesenveertig jaar voor nodig geweest om dit heiligdom (naos) te bouwen : zult u het in drie dagen optrekken ?’ Hij sprak echter over het heiligdom (naos) dat zijn lichaam was.”

Merk op dat het Jezus zelf is die het woord “naos” gebruikt. Daar hij over zijn eigen lichaam spreekt, is het wel evident dat hij alleen maar “naos” kan voorstellen en niet “hiéron”, die per definitie gekoppeld is aan de materiële tempel. (zie W. Vine).
Christus komt juist te verklaren dat zijn lichaam van vlees te vergelijken is met een heiligdom, een heilige plaats waar het “God heeft behaagd” zegt de apostel Paulus aan de Kolossenzen (1 : 19) “om in hem de volheid te laten wonen” (KIT) Zie erop toe hoe in passant de tekst in zijn totaliteit van betekenis wordt verdraaid in de NWV. Inderdaad, daar staat er : “want het heeft God goedgedacht de gehele volheid in hem te doen wonen.”- in plaats van “in hem heeft heel de volheid willen wonen.” Deze weglating van het lidwoord is opzettelijk. Het heeft als doel om de rol van Jezus te verminderen en zeker om de bewijzen van zijn godheid te ondermijnen.
Oti (want) èn (in) autô (hem) eudokèsèn (heeft hij goed gevonden) pan (heel) to (de) plèrôma (volheid) katoikèsai (te wonen)
(Weglating van het lidwoord to=het).

In Kolossenzen 2 : 9 wordt "to plèrôma” nochtans vertaald met “de volheid”, want het is onmogelijk om het anders te doen : “want in hem woont de gehele volheid van de goddelijke hoedanigheid lichamelijk.” ( … Het is onmogelijk dat men zou zeggen : heel de volheid van de goddelijke hoedanigheid”).
Helaas, in deze laatste tekst, komen we weer terecht in een nieuwe misleiding : Het originele Grieks zegt : “pan to plèrôma tès téotètos” – wat betekent : “al de volheid der godheid” en niet "de goddelijke hoedanigheid". (men zal wel de reden voor zo’n in - elkaar- zetting begrijpen).



Dit heiligdom dat binnenkort zal vernietigd worden door de dood,zal Jezus door middel van de opstanding terug tot leven brengen.

Natuurlijk begrijpen de Joden het niet of veinzen ze de uitleg.

Om hem lik op stuk te geven en hem “in het nauw te drijven” , is het een vereiste dat ze hem met dezelfde argumenten een tegenwerping doen, met dezelfde termen !

Hij heeft zichzelf vergeleken met de naos ? Laten we hem identificeren met de naos !

Merk evenwel op dat het een andere versie geven eerder eigenaardig aandoet : “Jezus gaf hun ten antwoord : “Breek deze naos af en in drie dagen zal ik hem oprichten.” Daarop zeiden de Joden :”Deze hiéron werd in zesenveertig jaar gebouwd, en zult gij hem in drie dagen oprichten ?” Hij sprak echter over de naos van zijn lichaam.”

Indien de Joden het woord hièron zouden gebruikt hebben, en zouden gevraagd hebben “en zult gij hem in drie dagen oprichten ?” wat zou het voornaamwoord ‘hem’ betekent hebben ? De hiéron natuurlijk, hoewel Jezus had gezegd dat hij de naos terug zou herstellen !

Het doel van de Joden was aan te tonen dat de bevestiging van Jezus overdreven was en onmogelijk om te realiseren. Het is daarom dat ze de drie dagen in tegenstelling brachten met de 46 jaar, een periode die ongeveer 5.500 keer langer was.

De conclusie trekken dat de repliek van de Joden waaruit af te leiden valt, dat de uitdrukking naos het geheel van de tempel zou inhouden, alsook de voorhoven en andere structuren inbegrepen , is een beetje voortvarend te werk gaan.




Maar we zijn nog niet aan eind van het onderwerp.


Ter herinnering, we hebben juist aangetoond dat het Genootschap heeft geprobeerd om het opgeworpen probleem op te heffen met Openbaring 7 : 15 door niet de waarheid te vertellen in die 7 gevallen (7 vervalste bijbelteksten) en door een uitleg te geven die zijn gelijke niet heeft met andere bijbelse passages.

Maar ze brengt ons bij verschillende gelegenheden op een dwaalspoor !

Bijvoorbeeld, ze geeft niet alleen zonder blikken en blozen toe onderaan de pag. 15 van de Wachttoren van 15/11/80 dat de geldwisselaars zich in het naos bevonden, maar ze herhaalt op dezelfde pagina 15, een beetje hoger, in paragraaf 4, het volgende : "In het bijbelse verslag waar wordt gezegd dat Jezus Christus de geldwisselaars en de kooplieden uit Herodes’ tempel verdreef, is het Griekse grondwoord dat wordt gebruikt bijvoorbeeld naos."

Merk evenwel op welke afsnijding er voorkomt in diezelfde paragraaf. Nadat er geschreven staat wat we juist hebben vermeld, gaat het tijdschrift aldus voort : "Wij lezen daar : Jezus antwoordde ...” - Dit “wij lezen daar” heeft absoluut niets te maken met de voorgaande zin !’

Let ook op de onnauwkeurigheid in paragraaf 2, pag. 14, op de vijfde lijn : "Na in een visioen 144.000 geestelijke Israëlieten gezien te hebben, schrijft hij (die oude man) : "Na deze dingen zag ik, en zie een grote schare ... "

Onlangs heeft de organisatie dezelfde onjuistheid opgediend, -we kunnen het niet genoeg benadrukken,en het is verre van onschuldig. Ze zet iemand op het verkeerde pad, misleidt de meeste van diegenen die zich niet de moeite getroosten om het te verifiëren.

Open uw Bijbel in de Openbaring bij het hfst.7 en lees het vers 4 (in de Nieuwe Wereld Vertaling) : “En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld werden, honderd vierenveertig duizend, verzegeld uit elke stam van de zonen van Israël”

Wat merkt u op ? Dat de apostel Johannes niet de 144.000 geestelijke Israëlieten heeft kunnen zien vooraleer hij de grote schare (zoals de Wachttoren zegt) zag, aangezien hij de 144.000 niet heeft kunnen zien. Hij heeft alleen het getal gehoord !

Johannes hoort het aantal en vervolgens ziet hij de grote schare.

Dit is toch materie om eventjes over na te denken, niet ?

Te meer, daar in het hfst. 14 van het Openbaring boek men in het vers 1 leest dat hij de 144.000 ziet ... maar er is geen spoor meer van de grote schare !

Door ons in feite te buigen over dit hoofdstuk 14, vers 1, moeten we ons enkele dringende vragen stellen :
Hoe kon Johannes zeker zijn dat ze wel met 144.000 zijn ?
Hoe komt hij ertoe om zo’n indrukwekkende groep te tellen of herhaalt hij het cijfer dat hij vroeger heeft gehoord ?
Hoe kan hij een globaal overzicht krijgen op zo’n groot getal wanneer het praktisch onmogelijk is om dit te kunnen zien in één oogopslag ?
Staat hij niet voor een grote schare ?
Stel je eens voor dat je op een kringvergadering bent met ongeveer 600 aanwezigen.
Het is zeker moeilijk om hen panoramisch allen in een keer te zien ! Wat dan te zeggen over een grote schare die 240 keer groter is ?

Een netsurfer die dit artikel had gelezen gaf ons het voorbeeld van de aanwezigheid op een voetbalmatch : Wanneer de presentator vertelt dat er een capaciteit is van 20.000 plaatsen (abstract getal) en wanneer je de televisie hebt aangestoken, en ziet wat het eigenlijk inhoudt, dan zie je een schare die je niet kunt tellen.

Maar we houden het hierbij zodat je er eens flink kunt over mediteren.


We zijn nog niet aan het einde van onze reis.

Kent u het woord “énôpion” ?


Enôpion betekent volgens het Griekse woordenboek, “in tegenwoordigheid van”, “voor”, “in de ogen van”.

Let op de verschillende toepassingen in het boek Openbaring :

Het is toch eigenaardig te moeten constateren dat alles zich voor de troon bevindt, of voor God, of voor de Heer van de aarde, en er geen verschil van plaats is tussen de 144.000 en de grote schare, of tussen de andere hemelse symbolen en deze grote schare.

Waarom gebruikt Johannes onveranderlijk het woord “énôpion”, terwijl er toch andere manieren zijn in het Grieks om een plaats uit te drukken, zoals “voor”, “tegenover je”, “in het aangezicht van” ?

En als de grote schare “voor” is,hoe kan ze dan “buiten” zijn ?

Eigenaardige bevindingen ...



Om hiermee te besluiten, zullen we zien dat er uiteindelijk nog andere tactieken worden gebruikt door het Genootschap om het probleem te maskeren betreffende “naos” en “hiéron”.

Aldus, steeds in de Wachttoren van 15/11/80 (pagina 15, § 5) wordt Jesaja 66 : 6 aangehaald :
"Er is een geluid van gedruis uit de stad, een geluid uit de tempel [naos in de Griekse Septuaginta-vertaling] ! Het is het geluid van Jehovah, die zijn vijanden het verdiende loon betaalt.” - „Hoort, geraas uit de stad, gerommel uit de tempel [naos] Het is de donder van Jahweh, die wraak op zijn vijanden neemt !” (Petrus-Canisiusvertaling).

Wat wil het genootschap bewijzen met deze twee keer herhaalde bijbeltekst in twee verschillende versies ? Dat naos gelijk staat met het geheel van de tempel ? Dat de grote schare, hoewel ze zich in het voorhof van de Heidenen bevindt, zich toch ondanks alles in de naos bevindt ?

Het voorbeeld is slecht gekozen, want de profeet Jesaja spreekt over de tempel van Salomo die, veel minder uitgestrekt was van die van Herodes (zie onder tempelplannen : Hulp tot begrip van de bijbel ... - plattegronden - Het grootste deel van het terrein, waar de tempel door Salomo was gebouwd, omvatte administratieve gebouwen, opslagplaatsen, het Huis van het Libanonwoud, Salomo’s paleis, voorhoven met een profaan doel - Het heilig gebied van de tempel is ferm beperkt, en de voorhoven voor aanbidding [van de heidenen, de vrouwen, van Israël] bestaan niet ). In dit specifiek geval, is de naos natuurlijk het geheel van de tempel en de uitdrukking “hiéron” (hiéros = heilig ) is niet van toepassing.



We gaan nu een andere tactiek aankaarten.

Respectievelijke hoofdst. uit “Openbaring” - Griekse tekst - N.W.V. :

We kunnen hier dus opmerken dat in de NWV (Nieuwe Wereld Vertaling) ”naos” wordt gebracht met “tempelheiligdom”, ”heiligdom” in alle passages van het boek Openbaring waar “naos” staat behalve in hoofdstuk 3, het vers 12 en natuurlijk ook in hoofdstuk 7, het vers 15 !

We besluiten nu met de beruchte zin in de niet minder beruchte Wachttoren van 15 november 1980 : “Verwachten de anderen, diegenen die tegenwoordig denken deel uit te maken van de “grote schare”, waarvan de bijeenvergadering aan de gang is, om naar de hemel te gaan en geestelijke schepselen te worden die lijken op engelen” ? “Hebben ze slechts de wens om naar de hemel te gaan” ? “Ze zullen u neen antwoorden.”

Maar natuurlijk ! Vraag aan een katholiek of aan een protestant of ze naar de hemel wensen te gaan ? Ze zullen u “ja” antwoorden.
Vraag aan een boeddhist of hij hoopt het nirwana te bereiken. Hij zal u “ja” antwoorden.
Vraag een chinees indien hij terug bij zijn voorouders zou willen zijn ? Hij zal u “ja” antwoorden.

Dit noemt men redeneren op een absurde manier.

Indien de getuigen van Jehovah met een “aardse hoop” “neen” antwoorden, dan is het zo omdat men het hen heeft geleerd om “neen” te zeggen.

Maar men wil ons wel doen geloven, dat omdat ze “neen” zeggen, de naos niet in de hemel is.



Het Genootschap bracht “nieuw licht” over dit onderwerp in de Wachttoren van 1 februari 1998.





Naar deel 1

Naar index