Waar verricht “de grote schare” heilige dienst ?
(vervolg)
De hemel is niet zo ver
Dj Fab
Nieuw licht.
Leerstellige ommekeer of “verhuis van de grote schare”
In de Wachttoren van 1 juli 1996 (pagina 20 § 4) herbevestigt het Genootschap de traditionele zienswijze van de grote schare en hun plaats :
"Zoals voorzegd, ’aanbidt de grote schare God dag en nacht in zijn tempel’ (Openbaring 7:15, voetnoot). Aangezien zij geen geestelijke, priesterlijke Israëlieten zijn, zag Johannes hen blijkbaar in de tempel in het buitenste voorhof der heidenen staan (1 Petrus 2:5). Wat een heerlijkheid is er aan Jehovah’s geestelijke tempel verleend nu het terrein eromheen gevuld is met deze grote menigte die hem samen met het overblijfsel van het geestelijke Israël looft !" (Vraag (a) voor paragraaf 4 : Waar aanbidt de grote schare Jehovah ?)
Nog geen twee jaar later, verandert het Genootschap dit onderwijs. We geven de nodige informatie weer zoals ze gedrukt werd op de pagina 21 van de Wachttoren van 1 februari 1998 (in het kader) :
HEILIGE DIENST IN DE TEMPEL - De grote schare aanbidt met gezalfde christenen in het aardse voorhof van Jehovah’s grote geestelijke tempel (Openbaring 7:14,15 ; 11: 2). Er is geen reden om te concluderen dat zij zich in een afzonderlijk Voorhof der heidenen bevinden. Toen Jezus zich op aarde bevond, was er een Voorhof der heidenen in de tempel. Maar het door God geďnspireerde bouwplan van Salomo’s en van Ezechiëls tempel bevatte geen voorziening voor een Voorhof der heidenen. In Salomo’s tempel bevond zich een buitenste voorhof waar Israëlieten en proselieten, mannen en vrouwen, God samen aanbaden. Dit is het profetische beeld van het aardse voorhof van de geestelijke tempel, waar Johannes de grote schare heilige dienst zag verrichten.
Maar alleen priesters en levieten mochten het binnenste voorhof, waar het grote altaar stond, betreden; alleen priesters mochten het Heilige betreden; en alleen de hogepriester mocht het Allerheiligste betreden. Het binnenste voorhof en het Heilige vormen blijkbaar een afschaduwing van de unieke geestelijke toestand waarin gezalfde christenen op aarde verkeren. En het Allerheiligste is een afbeelding van de hemel zelf, waar gezalfde christenen samen met hun hemelse Hogepriester onsterfelijk leven ontvangen. — Hebreeën 10 : 19, 20."
Hoewel deze leerstellige herziening heel belangrijk is, is het weliswaar zeker dat weinig getuigen van Jehovah het hebben opgemerkt. Vergeet niet dat dit “nieuw licht”, niet expliciet in de kijker valt, zodat iedereen het heel goed zou opmerken, heel discreet. Integendeel, het wordt heel discreet verzwegen. Eigenaardig, want bij het kader op pagina 21 wordt er gedurende de Wachttorenstudie in het geheel of ten dele geen melding gemaakt van de gebruikelijke voorafgaande vraag (wat heel intrigerend is, want wanneer een informatie is gedrukt en omkaderd, vraagt het Genootschap over het algemeen om dit bij een onderzoek van de vraag te becommentariëren).
Ziehier de drie “nieuwe zienswijzen” :1. - De grote schare bevindt zich niet meer apart "in een voorhof voorbehouden voor de Heidenen".
2. - Het verband gelegd door het Genootschap tussen Openbaring 7: 15 en 11: 2 wordt duidelijk : “Het voorhof dat buiten de tempel [heiligdom]* ligt, “ beschreven in Openbaring 11 :2 is nu stellig geďdentificeerd met "het aardse Voorhof van de grote tempel van Jehovah" waar zowel de grote schare zich bevindt alsook de gezalfde christenen. (Noot : * “tempel [ heiligdom ] = naos = de meest heilige plaats van de tempel, de goddelijke woonplaats).
Toen F.W. Franz nog leefde (en zelfs nog na de jaren die volgden op zijn dood in 1992), heeft het Genootschap het zorgvuldig vermeden om zo’n bij elkaar brengen in te voeren. Men vindt het uitzonderlijk terug, maar dan in een heel andere context, in de Wachttoren van 1 november 1993, pagina 15 paragraaf 11 :
“Sinds de eerste eeuw is Jehovah’s tempel in werkelijkheid een geestelijke tempel, met het Heilige der Heiligen in de hemel en met een geestelijk voorhof op aarde, waarin de gezalfde broeders van Jezus, de Hogepriester, dienst verrichten. Vanaf de jaren dertig heeft de grote schare in verbondenheid met het gezalfde overblijfsel Jehovah aanbeden; daarom wordt er gezegd dat zij ’in Gods tempel’ dienen (Openbaring 7:9, 15; 11:1, 2; Hebreeën 9:11, 12, 24.)”
Neem er evenwel nota van dat het commentaar niet vermeldt dat de ‘grote schare’ zich in hetzelfde voorhof bevindt als die der gezalfden. Het herbevestigt eenvoudigweg dat het “in dit voorhof is waar de gezalfde broeders van Jezus dienst verrichten, dat de grote schare in verbondenheid met het gezalfde overblijfsel ”is.
. Waarom de samenhang mijden tussen Openbaring 7: 15 en 11: 2 ? Om de heel eenvoudige reden dat Openbaring 11: 2 een duidelijk verschil maakt tussen het heiligdom (naos of goddelijke verblijfplaats) en het voorhof dat zich buiten bevindt. Het zijn wel twee van elkaar verwijderde plaatsen.
Het eerste deel van dit vers van de Interlineaire Vertaling van de Griekse Geschriften – “The Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures” – drukt het zonder dubbelzinnigheid als volgt uit :
Kai (en) tčn (het) aulčn (voorhof) tčn (die) čksauten (buiten de ) tou (de) naou (goddelijke verblijfplaats).
3. - Het voorhof dat het aardse voorhof van de geestelijke tempel afbeeldt is niet meer die van de tempel van Herodes, maar die van Salomo.
Men kan zich nu serieus gaan afvragen waar het Genootschap heen wilt. Men moet eruit afleiden dat ze zich het recht toeeigent om te veranderen wat hen goeddunkt. Ze weet dat het altijd zal aanvaard worden als “een nieuwe waarheid”,
“als voedsel te rechter tijd”, als ‘een prachtige lichtflits om beter het Woord van God te begrijpen”. De getuigen hebben een onbegrensd vertrouwen in de Organisatie. (Op een districtsvergadering heeft men eens gezegd “u kunt het geestelijk voedsel opgediend door " de getrouwe en beleidvolle slaaf” verorberen met gesloten ogen).Echter, wat willen ze ons nu duidelijk maken ? Dat die veranderingen de betekenis van de Schrift duidelijker maakt ? Of integendeel, maakt ze het ingewikkelder ? Wat denkt u van het overgrote deel van de mensen die weinig onderlegd zijn in de derde wereldlanden en die getuigen van Jehovah worden ? ( We mogen niet vergeten dat een groot deel van de toename komt uit kansarme streken ; zie het Jaarboek van 1998 dat u kan overtuigen) Wat begrijpen zij echt van die op elkaar volgende veranderingen ? Te meer omdat diegenen die zich min of meer ontwikkeld noemen, er ook al niet veel van terecht brengen !… of zich minder en minder terugvinden in datgene wat het Genootschap schrijft ! Het licht neemt toe ? Maar welk licht ? Wanneer het licht toeneemt, dan zou men toch klaarder en klaarder moeten kunnen zien !
Maar laten we ons onderzoek verder zetten.Na ijverig opzoekingwerk verricht te hebben,(en dit tot het tegendeel wordt bewezen), is het sedert 1972 dat het Genootschap voor de eerste keer melding maakt van de grote schare die zich in het ‘voorhof der heidenen”.bevindt
Gedurende het “Goddelijke heerschappij” districtscongres dat in dat zelfde jaar werd gehouden, werd de lezing uitgesproken : “Alle natiën voor aanbidding naar één tempel bijeenbrengen”.
In de beoordeling uitgegeven in de Wachttoren van 1 januari 1973, lezen we op pagina .27 (van het artikel dat eigenlijk begint op pag 20 “De brandende vraag : Zijn wij voor of tegen goddelijke heerschappij ?”) :.“De spreker toonde vervolgens aan dat deze door de geest verwekte zonen van God, als „geestelijke Israëlieten”, niet de enigen zijn die thans in Jehovah’s tempel dienst verrichten. Alle soorten van mensen worden uitgenodigd te komen en in deze tempel te dienen, zoals in de bijbel was voorzegd (Jes. 2:2,3; Openb. 7:9,15). Degenen die gunstig reageren, hebben het voorrecht Jehovah in het niet-priesterlijke voorhof — te vergelijken met het „voorhof der heidenen” van de door koning Herodes gebouwde tempel — te dienen.”
Een andere Wachttoren die een beetje later op 1 april 1973 werd gepubliceerd met als artikel : “Alle natiën voor aanbidding naar één tempel .bijeenbrengen”.geeft als volgende uitleg en bijkomstige staving, met profetische teksten als ondersteuning op pagina 210 paragraaf 19 het volgende weer :
Par 19 - “Toen Gods profeet Zacharia in verband met de herbouw van de tempel te Jeruzalem in de zesde eeuw vóór onze gewone tijdrekening profeteerde, werd hij ertoe geďnspireerd te zeggen : „En vele natiën zullen zich op die dag stellig bij Jehovah aansluiten, en zij zullen werkelijk mijn volk worden; en ik wil in uw midden verblijven.” En vele volken en machtige natiën zullen werkelijk komen om Jehovah der legerscharen in Jeruzalem te zoeken en het aangezicht van Jehovah te vermurwen [de gunst des HEREN af te smeken]” (Zach. 2:11; 8:22; Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap). In overeenstemming met die profetie over de komst van niet-Israëlieten die Jehovah in zijn tempel zouden aanbidden, bevatte de tempel die door koning Herodes werd gebouwd, en die de in de dagen van de profeet Zacharia gebouwde tempel verving, niet alleen een voorhof der priesters met zijn altaar, alsmede het voorhof van Israël en het voorhof der vrouwen, maar ook het voorhof der heidenen of niet-Israëlieten.
Eeuwen hiervoor had koning Salomo bij de inwijding van de eerste tempel te Jeruzalem trouwens reeds gebeden voor de buitenlanders die uit verre landen zouden komen om Jehovah in zijn tempel te aanbidden. — 1Kon. 8:41-43 ; 2Kron. 6:32,33"Par. 20 vervolgt - "De profetie die lang geleden door Zacharia werd uitgesproken, gaat in onze tijd, vooral sinds het jaar 1935 G.T., reeds in vervulling."
Par. 22 - “In dit prachtige visioen * wordt de internationale „grote schare” afgebeeld als een groep personen die Jehovah in zijn tempel dient, dat wil zeggen, in de aardse voorhoven die zijn gereserveerd voor degenen die geen geestelijke Israëlieten zijn, als het ware in het „voorhof der heidenen.”
* Openb 7 : 9-15
Het Genootschap citeert bijbelse “bewijzen” door aldus de profeet Zacharia en de apostel Johannes naar voor te brengen.
Is het niet onthutsend hen te zien bevestigen wat er in de Wachttoren van 1 februari 1998 in het kader staat zoals hierboven vermeld :
wij herhalen : “Er is geen reden om te concluderen dat zij zich in een afzonderlijk Voorhof der Heidenen bevinden” ?
We zitten nu wel met een andere vraag die ons door hoofd gaat : Waarom zet het Genootschap tegenwoordig de leden van de grote schare en de gezalfden in hetzelfde aardse voorhof ?
De reden hiervoor kan maar zo duidelijk zijn : Daar ze op dezelfde plaats worden gezet of in dezelfde aardse hoven vertoeven, is het nu geen probleem meer om mensen die tot de grote schare behoren in te lijven bij het Besturend Lichaam.
Tegenwoordig zijn de 10 leden waaruit ze bestaan bejaard, en men zal weldra maatregelen moeten treffen voor de aflossing. Verwar echter niet met de “néthinim”, leden van de “aardse klasse”, die het Lichaam helpen, maar er (voor het moment) nog geen deel van uitmaken.
Zullen wij op een dag “de getrouwe en beleidvolle slaaf” zien geleid worden door een Lichaam samengesteld in zijn totaliteit uit een deel niet-gezalfden ? Of zal er binnenkort geen Lichaam meer bestaan ? De nabije toekomst zal het ons leren.
De “twee klassen ”neerzetten in het voorhof van Herodes’ tempel blijkt “technisch” onmogelijk te zijn. Wanneer de “muur” van deze tempel die de Joden van de Heidenen scheidde symbolisch werd afgeschaft in de eerste eeuw, vormden deze twee groepen een klasse van gezalfden. Commentaar gevend op de woorden van de apostel Paulus aan de Efeziërs, hoofdstuk 2, het vers 14 zegt de Wachttoren van 1972 : pag. 542 paragraaf 3 :
“Hij toonde aan dat de scheidsmuur tussen joden en heidenen was weggehaald. Nu konden alle gelovigen Jehovah verenigd naderen. Zij konden allen heilige geest hebben en deel uitmaken van de geestelijke tempel, „een plaats waarin God door geest woont”. - Ef. 2 :13-22(Zie eveneens “Hulp tot begrip van de bijbel” onder de rubriek "Tempel").
We eindigen tenslotte door enkele opmerkingen en de volgende vragen :1. - Hoe kan nu een geestelijke tempel een aards voorhof hebben ? Welke bijbelteksten zijn er die deze uitleg ondersteunen ?
2. - Hoe kan het “voorhof buiten” uit hoofdstuk 11, het vers 2 van toepassing zijn op een plaats waar zich tezelfdertijd de grote schare en de hemelse klasse bevinden, alhoewel hetzelfde vers (volgend op de zin die betrekking heeft op de “42 maanden lang”) een enige vervulling heeft op de gezalfden in 1914-1918 ? (De “42 maanden” begonnen met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in de tweede helft van 1914 en duurde voort tot de eerste helft van 1918” - volgens het boek “Openbaring ; Haar grootste climax is nabij !” , vervolgens, om de zaak niet moeilijker te maken, worden de “42 maanden” wel in de 42 maanden beginnend van december 1914 tot juni 1918” veranderd (zie de Wachtoren - Vragen van Lezers - van 1 augustus 1994).
3. - Het Genootschap komt niet terug op de onjuiste uitleg van Openbaring 7: 15, een uitleg die pijnlijke gevolgen had in het begin van de jaren 80. (Zie “Waar verricht de grote schare heilige dienst ?” - 1ste deel).
Ze geeft nog steeds geen uitleg waarom ze zo hardnekkig volhoudt dat de leden van de grote schare in het voorhof van de aardse geestelijke tempel staan (om het even of ze werden voorafgebeeld door de tempel van Salomo, Ezechiël of die van Herodes.
Johannes is duidelijk op dit punt, hij beaamt dat de grote schare God aanbidt in de NAOS, ’t is te zeggen in de goddelijke verblijfplaats, de hemel.